Bij aankoop van een bestaande woning in Spanje betaal je ITP over de hoogste waarde van drie grootheden: de koopprijs, de aangegeven waarde, of de Catastro-referentiewaarde. Is die referentiewaarde hoger dan wat jij betaalt, dan berekent de belastingdienst ITP over dat hogere bedrag. Dit is vastgelegd in artikel 10 van de ITPAJD-wet en geldt sinds 1 januari 2022.
Je hebt onderhandeld, de prijs is rond, de notaris staat klaar. Dan blijkt de Catastro een hogere waarde te hanteren dan de afgesproken koopsom. Dat kost je direct extra belasting, zonder dat iemand je dat eerder heeft verteld. Dit is geen uitzondering. In 2025 behandelde de Dirección General del Catastro 18.510 ITP-gerelateerde rapportverzoeken over referentiewaarden. Nederlandse en Belgische kopers vormen een relevante groep: Nederlanders waren in 2025 de derde buitenlandse nationaliteit bij Spaanse woningaankopen met 6.071 transacties. Dit artikel legt uit hoe het systeem werkt, wat het je kan kosten en wat je kunt doen.
Wat is de referentiewaarde en hoe verschilt die van de koopprijs?
De valor de referencia is een fiscale minimumwaarde die de Dirección General del Catastro jaarlijks vaststelt voor elk onroerend goed in Spanje. Het is geen marktprijs, geen taxatie en geen IBI-waarde. Het is uitsluitend een grondslag voor belastingberekening.
De referentiewaarde wordt berekend op basis van alle notarieel geregistreerde verkoopprijzen in een bepaalde waarderingszone, gecombineerd met de Catastro-gegevens van het specifieke pand zoals oppervlakte, bouwjaar en staat van onderhoud. Een minoratiefactor van 0,9 zorgt er in theorie voor dat de referentiewaarde onder de marktwaarde blijft. In de praktijk kan de referentiewaarde voor een individueel pand hoger zijn dan wat een koper bereid is te betalen, bijvoorbeeld bij een renovatieobject, een gedwongen verkoop of een transactie tussen familieleden. De valor catastral die je op je IBI-aanslag ziet is een ander begrip en heeft geen invloed op ITP. De banktaxatie voor je hypotheek ook niet. Alleen de Catastro-referentiewaarde bepaalt de fiscale minimumgrondslag voor ITP.
De wettelijke basis: de hoogste waarde wint altijd
Artikel 10 van de Ley del Impuesto sobre Transmisiones Patrimoniales y Actos Jurídicos Documentados bepaalt de grondslag voor ITP bij onroerend goed. De regel is eenvoudig maar heeft vergaande gevolgen.
De wet stelt dat de belastinggrondslag voor ITP bij vastgoed de Catastro-referentiewaarde is op de datum van belastingverschuldigdheid, tenzij de opgegeven waarde of de betaalde prijs hoger is. In dat laatste geval geldt de hoogste waarde. Dit systeem werd ingevoerd via Ley 11/2021 en is van kracht vanaf 1 januari 2022. Vóór 2022 gold het concept van de valor real, dat aanleiding gaf tot grote aantallen waarderingscontroles en geschillen. De referentiewaarde moest dat systeem vervangen en meer rechtszekerheid bieden. Of dat gelukt is, is een andere vraag: in 2025 waren er 2.443 recursos en 1.771 reclamaciones specifiek over referentiewaarden bij ITP. Het Spaanse Constitutioneel Hof aanvaardde het systeem in februari 2026 via Sentencia 13/2026, maar benadrukte dat individuele waarden aanvechtbaar blijven met concreet bewijs.
Vijf situaties waarbij de referentiewaarde hoger uitvalt dan de koopprijs
De referentiewaarde overschrijdt de koopprijs niet willekeurig. Er zijn herkenbare situaties waarin dit structureel optreedt. Als koper herken je die situaties het best vóór het tekenen van arras.
Ten eerste: renovatieobjecten en slecht onderhouden woningen. Catastro werkt met modules en categorieën die de werkelijke bouwkundige staat onvoldoende weerspiegelen. Een woning met een lekkend dak, verouderde installaties en achterstallig onderhoud heeft in de markt een lagere waarde, maar in het Catastro-systeem mogelijk nog een hoge referentiewaarde. Ten tweede: gedwongen verkopen, erfenisverkopen en subastas. De adjudicatieprijs bij een veiling is lager dan de marktwaarde, maar het Tribunal Superior de Justicia de Galicia oordeelde in mei 2026 dat de referentiewaarde ook bij subasta-aankopen prevaleert als technisch bewijs ontbreekt. Ten derde: familietransacties onder marktwaarde. Ten vierde: timing. De referentiewaarde wordt jaarlijks herzien. Als tussen de arrasdatum en de notariële akte een nieuwe jaarwaarde van kracht wordt, kan de grondslag stijgen. Ten vijfde: regionale prijsstijgingen die de Catastro-modules opdrijven. In Q1 2026 stegen tweedehandswoningprijzen in Spanje met 13,5 procent op jaarbasis.
ITP-tarieven per regio: waarom de regio je totale belastingdruk bepaalt
ITP is een regionale belasting. Elke Comunidad Autónoma stelt haar eigen tarief vast. Het verschil tussen regio’s kan bij dezelfde woning en dezelfde referentiewaarde duizenden euro’s schelen.
Madrid hanteert een algemeen tarief van 6 procent voor tweedehandswoningen. Andalusië rekent 7 procent. Catalonië berekent 10 procent tot een koopprijs van 600.000 euro, daarna progressief. De Comunitat Valenciana zit ook op 10 procent. Dat betekent dat een referentiewaarde die 30.000 euro boven de koopprijs ligt, in Catalonië of Valencia 3.000 euro extra kost, in Madrid 1.800 euro. Regio’s kennen ook verlaagde tarieven voor specifieke situaties: eerste woning als hoofdverblijf, jonge kopers, grote gezinnen of kopers met een handicap. Die kortingen gelden zelden voor vakantiewoningen die buitenlandse kopers doorgaans zoeken. Balearen, Comunitat Valenciana, Canarias, Murcia en Andalusië zijn de regio’s met de hoogste concentratie buitenlandse kopers. In 2025 was 27,65 procent van alle woningaankopen in de Comunitat Valenciana door buitenlanders, in Balearen 29,86 procent.
Wat je vóór de arras moet controleren
De meeste kopers controleren de koopprijs, de hypotheek en de notariskosten. De referentiewaarde staat niet op die lijst. Dat is precies waarom ze voor verrassingen komen te staan.
De referentiewaarde raadpleeg je via de Sede Electrónica del Catastro. Daarvoor heb je de referencia catastral nodig, een code die de verkoper of makelaar kan geven en die ook op het IBI-aanslagbiljet staat. Je berekent vervolgens ITP over de hoogste waarde van koopprijs en referentiewaarde, met het regionale tarief. Neem dat bedrag op als vaste post in je aankoopbudget, niet als ruwe schatting. Controleer of de woning bouwkundige gebreken heeft die de werkelijke waarde drukken. Als dat zo is, verzamel bewijs vóór de overdracht: foto’s, bouwkundig rapport, renovatieoffertes, taxatierapport. Dat bewijs heb je later nodig als je bezwaar wilt maken. Controleer ook of de arras en de notariële akte in hetzelfde belastingjaar vallen. Als er een jaarwisseling tussenin zit, kan een nieuwe referentiewaarde van kracht zijn op de overdrachtsdatum.
Bezwaar maken na betaling: wat werkt en wat niet
Heb je ITP betaald over een referentiewaarde die hoger was dan de werkelijke waarde van de woning? Dan zijn er correctieroutes. Maar de bewijslast ligt bij jou en de lat ligt hoog na STC 13/2026.
De Catastro biedt twee routes. De eerste is rectificatie van de autoliquidatie, waarbij je terugbetaling vraagt van onverschuldigd betaalde ITP. De tweede is bezwaar via een reclamación of recurso bij de regionale belastingdienst. In beide gevallen moet je aantonen dat de referentiewaarde voor het specifieke pand onjuist is. Een algemene klacht dat het systeem oneerlijk is, werkt niet meer. Het Constitutioneel Hof heeft het systeem in STC 13/2026 grondwettelijk verklaard. Wat wél werkt: een technisch taxatierapport dat de werkelijke toestand van de woning beschrijft, foto’s van gebreken, vergelijkingsobjecten in dezelfde straat of wijk, offertes voor noodzakelijke renovaties, en bewijs van bijzondere omstandigheden zoals bezetting of illegale bouwdelen. OCU adviseert om eerst correct te betalen om boetes en rente te vermijden, en daarna rectificatie te vragen als het bewijs sterk genoeg is. In 2025 waren er 6.628 rectificaties van zelfaangiften voor ITP, wat aantoont dat de route actief wordt gebruikt.
De bredere context: waarom Spanje dit systeem heeft ingevoerd
Het systeem van de referentiewaarde is niet willekeurig ingevoerd. Het vervangt een ouder systeem dat leidde tot massale fraude, willekeur en rechtsonzekerheid. Dat helpt je begrijpen waarom de administratie dit instrument verdedigt.
Vóór 2022 gold het begrip valor real als ITP-grondslag. Dat leidde tot situaties waarbij kopers een lage prijs aangaven en de belastingdienst met een eigen schatting terugkwam. Dat systeem genereerde duizenden rechtszaken per jaar. De invoering van de referentiewaarde via Ley 11/2021 was bedoeld om dat te beëindigen: één objectieve waarde, jaarlijks vastgesteld, gebaseerd op notariële verkoopprijzen, met een garantie dat ze de marktwaarde niet overschrijdt via de factor 0,9. Het resultaat is meer transparantie maar ook een verschuiving van de bewijslast naar de koper. De koper moet nu aantonen waarom zijn pand minder waard is, niet de administratie waarom het meer waard is. In 2025 haalden Spaanse autonome regio’s samen een record van 12,36 miljard euro op via ITP en AJD. In Q1 2025 stegen de inkomsten met 31 procent ten opzichte van een jaar eerder. De referentiewaarde speelt daarin een stabiele, betrouwbare rol voor de overheid.



