Als je meer dan 183 dagen per jaar in Spanje woont, ben je Spaans belastingplichtig en moet je Modelo 100 indienen voor je wereldwijde inkomen. Het Spaans-Nederlands belastingverdrag van 1971 bepaalt welk land mag heffen over jouw Nederlandse pensioen, salaris of dividend. Voor de meeste Nederlandse pensioenen geldt dat Spanje heft, niet Nederland. Een overheidspension vormt de belangrijkste uitzondering.
In april 2026 publiceerde de Agencia Tributaria de definitieve cijfers van de aangiftecampagne: 25,6 miljoen Spaanse inkomstenbelastingaangiften ingediend, 4,2 procent meer dan het jaar daarvoor. Onder die aangiften zitten tienduizenden Nederlanders die wonen in Spanje. Velen van hen dienen Modelo 100 in zonder te begrijpen hoe het belastingverdrag tussen Spanje en Nederland hun verplichtingen beïnvloedt. Het resultaat is structureel te weinig of verkeerd geclassificeerd inkomen, met naheffingen tot gevolg. Dit artikel legt uit hoe de regels werken, wat de verdragsartikelen betekenen en waar Nederlandse indieners het meest de fout in gaan.
Het Spaans-Nederlands belastingverdrag van 1971: wat staat erin
Het verdrag tussen Spanje en Nederland is op 20 september 1972 in werking getreden en gepubliceerd in de Spaanse Staatscourant (BOE). Het is tot op heden het geldende kader voor grensoverschrijdende belastingheffing tussen beide landen.
Het verdrag wijst heffingsrechten toe op basis van inkomenscategorie en woonplaats. Artikel 4 bevat de tiebreaker voor dubbele woonplaats: eerst kijkt het verdrag naar de vaste woning, dan naar het middelpunt van de levensbelangen, vervolgens naar de gewone verblijfplaats en ten slotte naar de nationaliteit. Artikel 25 bepaalt Spanje’s methode van dubbele belastingvermijding. Voor inkomen dat ook in Nederland belast mag worden, past Spanje de vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud toe. Voor dividenden, rente en royalties geldt de verrekeningsmethode. Een cruciaal punt: de vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud betekent dat Nederlands inkomen dat in Spanje vrijgesteld is, toch invloed heeft op het belastingtarief dat van toepassing is op het overige Spaanse inkomen. Per april 2026 heeft de Nederlandse overheid bevestigd dat er overeenstemming is bereikt met Spanje over een nieuw verdrag en dat ondertekening gepland wordt.
Ben jij Spaans belastingplichtig? De drie toetsen die Hacienda gebruikt
Belastingresidentie in Spanje is geen keuze. Het is een juridisch feit dat Hacienda vaststelt op basis van drie objectieve criteria. Wie aan één ervan voldoet, is Spaans belastingplichtig voor wereldwijd inkomen.
Het eerste criterium is de 183-dagenregel: meer dan 183 dagen per kalenderjaar in Spanje verblijven maakt je belastingplichtig. De Spaanse rechter (TEAC) benadrukt dat het gaat om objectieve dagtelling, niet om intentie. Het tweede criterium is het economisch middelpunt: als de kern van je economische activiteiten of belangen in Spanje ligt, ben je belastingplichtig, ongeacht het aantal verblijfsdagen. Het derde criterium is de gezinspresumptie: als je niet-gescheiden echtgenoot of minderjarige kinderen hoofdzakelijk in Spanje wonen, geldt een weerlegbaar vermoeden van Spaanse belastingresidentie. Belastingresidentie en immigratiestatus zijn twee aparte zaken. Een NIE-nummer of residentievergunning bewijzen belastingresidentie niet en ontkrachten het ook niet. Hetzelfde geldt voor een A1-verklaring voor sociale zekerheid: die regelt socialeverzekeringsbijdragen, niet inkomstenbelasting.
Nederlandse pensioenen in Modelo 100: wie belast wat
Dit is het punt waar de meeste Nederlanders in Spanje structureel de fout ingaan. De logica lijkt simpel: Nederland betaalt, Nederland belast. Die redenering klopt niet.
De Nederlandse overheidswebsite NetherlandsWorldwide stelt expliciet: als je in Spanje woont en een pensioen ontvangt uit Nederland, wordt dat pensioen in de meeste gevallen belast in Spanje. Artikel 19 van het verdrag kent het heffingsrecht over pensioenen uit vroegere dienstbetrekkingen toe aan de woonstaat. Voor een Spaans belastingplichtige betekent dit dat de Spaanse belastingdienst heft, niet de Nederlandse. De uitzondering is het overheidspension. Artikel 20 staat de Nederlandse staat toe om pensioenen te belasten die voortvloeien uit diensten verleend aan de Nederlandse overheid, provincies of gemeenten. Een voormalig ambtenaar van de Rijksoverheid, een gemeente of een overheidsdienst ontvangt een pensioen dat Nederland in principe belast. Dat overheidspension is in Spanje vrijgesteld, maar door het progressievoorbehoud van artikel 25 telt het mee voor het bepalen van het Spaanse belastingtarief op overig inkomen. De AOW valt onder de algemene pensioenbepaling van artikel 19 en wordt dus in de meeste gevallen in Spanje belast.
Hoe het verdrag andere inkomstencategorieën behandelt in Modelo 100
Pensioen is niet de enige inkomstencategorie waarbij het verdrag ingrijpt. Nederlanders met een beleggingsportefeuille, huurinkomsten uit een Nederlands pand of een Nederlandse werkgever stuiten op andere verdragsartikelen.
Dividenden vallen onder artikel 10. Nederland mag bronbelasting inhouden tot maximaal 15 procent van het brutodividend voor particulieren. Spanje belast dividenden als spaarvermogeninkomen en verleent verrekening voor de verdragsconsistente Nederlandse bronbelasting, tot het Spaanse maximum. Als Nederland meer heeft ingehouden dan het verdrag toestaat, dient de terugvordering in Nederland te gebeuren, niet via Spanje. Rente valt onder artikel 11 en kent een bronstaatmaximum van 10 procent. Kapitaalwinsten op gewone effecten en aandelen worden op grond van artikel 14 in principe alleen belast in de woonstaat: bij een Spaans belastingplichtige dus in Spanje. Inkomsten en winsten uit in Nederland gelegen onroerend goed worden op grond van artikelen 6 en 14 belast waar het pand ligt, dus in Nederland. Een Spaans belastingplichtige moet die inkomsten toch in Modelo 100 opnemen en kan dan Nederlandse inkomstenbelasting verrekenen of als vrijgesteld vermelden afhankelijk van de precieze behandeling. Arbeidsinkomen van een Nederlandse werkgever terwijl je in Spanje werkt, valt onder artikel 16: belastbaar waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht.
Wanneer ben je verplicht Modelo 100 in te dienen? De drempels die Nederlanders onderschatten
De Spaanse belastingdienst hanteert twee inkomensdrempels. Nederlanders met een buitenlandse pensioenuitbetaler vallen bijna altijd onder de lagere drempel en zijn daardoor sneller verplicht tot aangifte dan zij denken.
De algemene drempel voor inkomsten uit dienstbetrekking of pensioen bedraagt 22.000 euro per jaar, maar alleen als er sprake is van één betaler die Spaanse loonheffing inhoudt. De drempel daalt naar 15.876 euro voor het belastingjaar 2025 als er meer dan één betaler is, als de tweede of volgende betaler meer dan 1.500 euro betaalt, als de inhouding niet via Modelo 146 is gecorrigeerd, of als de betaler niet verplicht is Spaanse loonheffing in te houden. Een Nederlandse pensioenbetaler of werkgever is als buitenlandse entiteit niet verplicht Spaanse loonheffing in te houden. Dat maakt hem juridisch een betaler zonder inhoudingsplicht. De lagere drempel van 15.876 euro is dan van toepassing. In de praktijk betekent dit dat een Nederlander met een AOW van 13.000 euro en een particulier aanvullend pensioen van 4.000 euro per jaar al verplicht aangifte moet doen, terwijl hij denkt onder de drempel te zitten. De aangiftecampagne voor inkomstenjaar 2025 liep van 8 april tot 30 juni 2026 voor online indiening via Renta Web.
Renta Web en de praktijk: vijf concrete fouten bij het invullen
Renta Web is de digitale aangifte-omgeving van Hacienda. Het systeem vult automatisch bekende Spaanse inkomens in, maar buitenlandse inkomens staan er zelden in vooraf ingevuld.
De vijf meest voorkomende fouten die Nederlanders maken bij het invullen van Modelo 100 zijn feitelijk en vermijdbaar. Ten eerste: het blind vertrouwen op de vooraf ingevulde gegevens. Renta Web toont alleen wat Hacienda via Spaanse bronnen ontvangt. Nederlandse pensioenbetalers rapporteren niet aan de Spaanse belastingdienst. Ten tweede: het weglaten van het overheidspension. Sommigen laten het weg omdat Nederland het belast. Dat is niet correct: ook vrijgesteld inkomen met progressievoorbehoud moet worden vermeld, anders is de aangifte onvolledig. Ten derde: het toepassen van de verkeerde pensioencategorie. AOW, ABP en een particulier lijfrentepolis vereisen elk een eigen classificatie en veld in de aangifte. Ten vierde: het niet bijhouden van Nederlandse pensioenjaaropgaven. Hacienda mag bij een controle bewijs vragen van buitenlandse inkomsten. Zonder jaaropgaven is verweer vrijwel onmogelijk. Ten vijfde: aangifte doen op basis van nettobedragen. In Modelo 100 worden brutobedragen opgegeven en eventuele buitenlandse belasting als verrekenbaar of vrijgesteld vermeld.
Dubbele belasting vermijden: verrekening versus vrijstelling in Modelo 100
Het verdrag biedt twee methoden om dubbele belasting te vermijden. Welke methode van toepassing is, hangt af van de inkomstencategorie. De keuze heeft directe gevolgen voor het te betalen bedrag.
De vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud geldt voor inkomsten die het verdrag aan Nederland toewijst, zoals het overheidspensioen. Spanje neemt die inkomsten op in de grondslag om het belastingtarief te berekenen, maar belast ze niet. Dit verhoogt het tarief op de overige inkomsten. De verrekeningsmethode geldt voor dividenden en rente waarbij Nederland bronbelasting mag inhouden. Spanje belast het bruto-inkomen als spaarvermogeninkomen en verleent verrekening voor de Nederlandse bronheffing tot het bedrag van de Spaanse belasting over dat specifieke inkomen. Overschot is niet terugvorderbaar in Spanje en moet in Nederland worden teruggevraagd. Voor inkomsten die het verdrag volledig aan Spanje toewijst (zoals particulier pensioen en AOW), geldt noch verrekening noch vrijstelling: die inkomsten zijn gewoon belastbaar in Spanje. Als Nederland ten onrechte toch bronbelasting heeft ingehouden op inkomen dat alleen in Spanje belast mag worden, moet de Nederlander een vrijstellingsverzoek of terugvraag indienen bij de Nederlandse Belastingdienst.
Het nieuwe verdrag in aantocht: wat Nederlanders nu al moeten weten
In april 2026 bevestigde de Nederlandse overheid dat er overeenstemming is bereikt met Spanje over een nieuw belastingverdrag. Ondertekening is gepland. Dit heeft directe gevolgen voor Nederlandse gepensioneerden in Spanje.
De Nederlandse overheid volgt een beleidslijn die bij nieuwe verdragen steeds vaker bronstaatheffing nastreeft over Nederlands opgebouwde pensioenen. Bij het Zweden-verdrag, ondertekend in juni 2026, werd die lijn bevestigd. Bij de onderhandelingen met Portugal is dezelfde richting zichtbaar. In september 2025 erkende de Staatssecretaris van Financiën in antwoorden op Kamervragen dat er bezorgdheid bestaat bij Nederlandse gepensioneerden in Spanje over de inkomensgevolgen van het verwachte nieuwe verdrag. Hij zegde toe de effecten voor stylized examples in kaart te brengen zodra de verdragstekst beschikbaar is. Als Nederland bij het nieuwe verdrag bronstaatheffing krijgt over particuliere pensioenen die nu in Spanje belast worden, kan het effectieve tarief voor sommige gepensioneerden stijgen of dalen afhankelijk van hun totaalinkomen. Het huidige verdrag van 1971 blijft van toepassing totdat het nieuwe verdrag in werking treedt. Tot het moment van inwerkingtreding gelden de bestaande regels.



